9. Oorlogsprenten
Annemiek Rens
Beklemmende expressiviteit
Bloederige lichamen, alles verwoestende legers, oorlogsprofiteurs en gewetenloze politici: Jan Sluijters beeldde ze allemaal zonder schroom af in De Nieuwe Amsterdammer. De prenten die als bijlage in dit tijdschrift in de jaren 1915-1919 verschenen, dragen titels als: Oorlogken is jarig [2], Posthuma’s rotte aardappelen- en uienpolitiek [5] en Tot het bittere einde [3]. Wie Sluijters’ schilderijen uit deze periode bekijkt (bloemstillevens, damesportretten, landschappen), zal zich verbazen over het feit dat hier één en dezelfde kunstenaar aan het werk is geweest. De naargeestige oorlogsprenten laten een hele andere kant van de kunstenaar zien: Sluijters als maatschappijkritische kunstenaar, maar ook Sluijters als graficus. De oorlogsprenten vormen een bijzonder en afgesloten geheel binnen zijn oeuvre.

1
Anoniem Amsterdam (city) 1917
Jan Sluijters in zijn atelier, 1917
Den Haag, RKD – Netherlands Institute for Art History

2
Jan Sluijters
Oorlogken is jarig, 31 juli 1915
Heino (Overijssel), Zwolle, Museum De Fundatie, inv./cat.nr. 0000009642

3
Jan Sluijters
Tot het bittere einde, 4 september 1915
Heino (Overijssel), Zwolle, Museum De Fundatie, inv./cat.nr. 0000009646
Tekeningen van de onderwereld
Wat minder bekend is dat Sluijters ook als graficus actief was, maar meer in de luwte. Zijn vader die houtgraveur was, leerde hem al vroeg de kneepjes van het grafische vak die bestonden uit het heel precies tekenen en het opbouwen van een groot ‘uit het hoofd’-repertoire aan figuren en situaties. Via vele illustraties voor onder andere het Geïllustreerde politienieuws aan het begin van zijn loopbaan (vormde de onderwereld hier alvast een goede oefening voor de vele slechteriken in zijn latere politieke prenten?) ontwikkelde hij een eigen stijl die zeer expressief en beeldend was. In zijn eerste illustraties is nog de wellicht brave en weinig vernieuwende invloed van beroepstekenaar Johan Braakensiek te zien.1 Na Sluijters’ vele bezoeken aan Parijs vlak na de eeuwwisseling veranderde echter niet alleen zijn schilderkunst rigoureus, maar ook zijn grafische werk. Dit is te zien in zijn affiches en politieke prenten, die vanaf dat moment bijzonder kleurrijk en expressief waren.
Onderwerpen genoeg
De oorlogsjaren leverden een breed scala aan onderwerpen op voor Sluijters’ kritische prenten. Nederland was weliswaar neutraal, maar de links radicale hoofdredacteur H.P.L. Wiessing (1878-1961) van De Amsterdammer had zich ten doel gesteld het grote publiek de ogen te openen voor het oorlogsdrama over de grens. Maar ook voor de verwikkelingen en misstanden in eigen land: de opvang van de vele vluchtelingen, de schaarste aan levensmiddelen (ook te zien aan het papier van de oorlogsprenten dat door de jaren heen steeds geler en slechter van kwaliteit werd) en tegelijkertijd de in zijn ogen uitgeoefende machtsspelletjes van het bedrijfsleven en de regering. De pers was vanuit de regering opgeroepen om zo neutraal mogelijk te blijven en de positie van het land dus niet in gevaar te brengen. Wiessing stoorde zich hier niet aan. Hij vertrok bij De Amsterdammer in 1914, nam bijna al het personeel mee en startte een eigen Nieuwe Amsterdammer die wél kritisch was en tevens niet afhankelijk van de politieke belangen van adverteerders en uitgevers. De brave prenten van Braakensiek voor De Amsterdammer werden in dit blad vervolgens vervangen door de gedurfde, artistieke en maatschappelijk geëngageerde prenten van Piet van der Hem, Jan Sluijters en Willy Sluiter.
Prenten voor De Nieuwe Amsterdammer
Van begin tot eind was Jan Sluijters betrokken bij het lithografisch proces van de prenten die hij voor De Nieuwe Amsterdammer maakte. Dat begon met de wekelijkse platenvergadering op de redactie van het tijdschrift onder leiding van Wiessing. Daar werd een onderwerp gekozen voor de prent die elke week als losse bijlage bij het blad verscheen. Er zijn geen schetsen voor deze prenten bekend en het vermoeden is dan ook dat Sluijters rechtstreeks op de lithografische steen tekende.2 Het was trouwens voor hem daarbij handig dat hij linkshandig was en zonder problemen (‘uitveeggevaar’) de letters in spiegelschrift op de steen kon aanbrengen.3 De bewaard gebleven proefdrukken laten overigens zien dat Sluijters regelmatig kleuraanpassingen doorvoerde.4
‘De man met de biceps’
Wanneer we Sluijters’ prenten vergelijken met die van zijn Nieuwe Amsterdammer-collega’s Piet van der Hem en Willy Sluiter dan valt op dat Sluijters de enige was met een met een heldere artistieke visie: ‘Jan Sluyters [is] ook als teekenaar van politieke prenten de moderne, de geniale, de man met de biceps’, zo concludeerde ook Cornelis Veth.5 In die zin zijn Sluijters’ prenten steeds meer te vergelijken met zijn schilderijen. De lithosteen bood daarbij natuurlijk uitkomst vanwege de vrije manier van werken die daarop mogelijk was. Meestal was er slechts één steunkleur beschikbaar (elke kleur vroeg om een extra steen en drukgang) en deze werd door Sluijters vaak kundig ingezet om de prent niet alleen van kleur te voorzien, maar ook om bepaalde elementen uit de voorstelling te benadrukken. Veth wees in dit kader ook treffend op de ‘brutale contrasten’ die zo ontstonden.
Onbekend gebleven
De oplage van De Nieuwe Amsterdammer bestond uit enkele duizenden exemplaren, dus veel mensen moeten op de hoogte zijn geweest van deze prentenreeks.6 Toch bleven de prenten lange tijd onbekend. Ze werden in Sluijters tijd vrijwel niet geëxposeerd (een uitzondering vormde de Internationale Tentoonstelling van Oorlogsprentkunst in het Stedelijk Museum te Amsterdam in 1915-1916) en daarom is er ook vrijwel niet over gepubliceerd.7 De kritische en maatschappelijk geëngageerde Sluijters zien we ook niet meer terug na deze periode. Het lijkt erop dat hij een bewuste keuze maakte welke richting hij in zijn kunst wilde volgen: de richting van de l’art pour l’art. Pas na zijn overlijden in 1957 volgden tentoonstellingen die de oorlogsprenten onder de aandacht brachten.8
Scholte & Museum De Fundatie
Hedendaags kunstenaar Rob Scholte (1958) was dermate onder de indruk van de ‘rake politieke stellingname’ die Sluijters in zijn prenten nam, dat hij na het zien van één prent ze allemaal wilde hebben. Hij zocht stad en land af en bracht uiteindelijk 77 prenten bijeen. Dit aantal benadert waarschijnlijk de volledigheid.9 Scholte verkocht de gehele collectie in 2014 aan Museum De Fundatie in Zwolle, dat er in hetzelfde jaar een expositie en publicatie aan wijdde.10 Een samenwerking tussen De Fundatie en het RKD maakt het nu mogelijk de hele collectie digitaal te ontsluiten via de database RKDimages en een nieuw hoofdstuk toe te voegen aan de RKD Study Jan Sluijters. Hiermee wordt een eerste stap gezet met het in kaart van zijn werken op papier. Met de ontsluiting van deze reeks oorlogsprenten wordt de ‘onbekende Jan Sluijters’ weer een stukje minder onbekend.

4
Jan Sluijters
De Nederlandsche Leeuw poseerende voor de Regeeringsfilm, 27 januari 1917
Heino (Overijssel), Zwolle, Museum De Fundatie, inv./cat.nr. 0000009673

5
Jan Sluijters
Posthuma's rotte aardappelen- en uienpolitiek, 24 juni 1916
Heino (Overijssel), Zwolle, Museum De Fundatie, inv./cat.nr. 0000009662

6
Jan Sluijters
De eeuwige post aan de grenzen, 14 augustus 1915
Heino (Overijssel), Zwolle, Museum De Fundatie, inv./cat.nr. 0000009644

7
Jan Sluijters
Het medelijden der Westersche Beschaving, 6 december 1919
Heino (Overijssel), Zwolle, Museum De Fundatie, inv./cat.nr. 0000009704
Notes
1 S. de Bodt, 'Jan Sluijters [1881-1957]. De kunst van het overdrijven', in: S. de Bodt e.a., De verbeelders. Nederlandse boekillustratie in de twintigste eeuw, Nijmegen (Van Tilt) 2014, pp. 50-53.
2 K. Löb, De onbekende Jan Sluijters. Boekgrafiek, oorlogsprenten, postzegels, Utrecht/Antwerpen 1968, p. 35.
3 De Bodt 2014, p. 50.
4 Aldus Löb 1968, pp. 36-37, die blijkbaar proefdrukken gezien had waar aantekeningen van de kunstenaar op genoteerd waren.
5 Cornelis Veth, De politieke prent in Nederland, Leiden 1920, p. 101.
6 R. Scholte, A. Kruft en H. van Lith, Jan Sluijters Oorlogsprenten 1915-1919, Zwolle (Waanders & De Kunst/Museum de Fundatie) 2014, p. 19. Het eerste nummer kende een oplage van ca. 9000 stuks, latere aantallen zijn niet bekend.
7 o blijkt althans uit de persdocumentatie van het RKD.
8 Om precies te zijn: De strijdvaardige prent, Amsterdam (Amsterdamse Galerij) mei 1958, De onbekende Jan Sluijters, Amsterdam (Rijksacademie voor Beeldende Kunsten) 9 januari-9 februari 1969/Sittard (Kritzraedthuis) 11 februari-16 maart 1969/Heerlen/Assen (Provinciaal Museum Drenthe) 21 mei-21 juni 1969, Jan Sluijters. Oorlogsprenten, affiches, boekillustraties, Amsterdam (Kunsthistorisch Instituut) 13 februari-7 maart 1974 (79 nrs.) [cat.], Jan Sluijters-Willy Sluiter-Piet van der Hem, Middelburg (Antiquariaat Merlijn) 10 maart-21 april 1979, Jan Sluijters, boekillustraties, politieke prenten en affiches, Zeist (Slot Zeist) 17 oktober-29 november 1981 (95 nrs.) [cat.], Jan Sluijters en Piet van der Hem. Grafiek uit ‘De Nieuwe Amsterdammer’, Drachten (Museum Smallingerland) 30 januari-11 april 1999, Bespottelijk: Spotprenten ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, Piet van der Hem, Jan Sluijters en Willy Sluiter, Groningen (Tentoonstellingszaal Harmoniegebouw) 20 februari-17 maart 2006/Drachten (Museum Stedelijk Museumllingerland) 25 maart-14 mei 2006, Jan Sluijters Satire in steendruk, Valkenswaard (Het Nederlands Steendrukmuseum) 25 februari-24 juni 2012 en Sluijters' grote oorlog. Politieke oorlogsprenten uit De Nieuwe Amsterdammer 1915-1919, Zwolle (Museum De Fundatie) 21 september 2014-4 januari 2015.
9 Agnes Baas e.a., Bespottelijk: Spotprenten ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, Groningen (Instituut voor Kunst- en Architectuurgeschiedenis, Rijksuniversiteit Groningen) 2006, p. 12, noemt een aantal van 78.
10 Sluijters' grote oorlog. Politieke oorlogsprenten uit De Nieuwe Amsterdammer 1915-1919, Zwolle (Museum De Fundatie) 21 september 2014-4 januari 2015 en R. Scholte, A. Kruft en H. van Lith, Jan Sluijters Oorlogsprenten 1915-1919, Zwolle (Waanders & De Kunst/Museum de Fundatie) 2014.